Te huur van eigenaar, mooi, zonnig, gerenoveerd 4 kmr app. 120 m2, 9000 fr, excl. gwl. Vandaag 13.30 u. Av. de La Jostellerie 27-iv
Colombe is er te laat bij. Er zijn al wel dertig mensen voor haar. Gelaten sluit ze aan bij de rij op de trap. Elk kwartier gaat ze een tree omhoog. Om de tijd te doden leest ze zonder hoge ver¬wachtingen een manuscript dat ze net heeft gekregen. Een jonge, veel te zwaar opgemaakte vrouw kakelt in haar mobieltje zonder zich iets aan te trekken van de anderen. Een dame van in de vijftig vertelt haar gezondheidsklachten aan een sombere, maar statige heer. Colombe vindt het lang duren; het manuscript is saai. Met een zucht stopt ze het in haar tas. Er zit niets anders op dan te wachten en de gesprekken aan te horen die in het trappenhuis worden gevoerd: de veroveringen van een onnozel wicht en de ongemakken van de menopauze. Colombe gaapt. Ze gaat op de trap zitten en trekt haar lange benen op.
De eigenaar van het appartement is zoals alle huiseigenaren een pietlut, bang voor krassen op het parket en vlekken op de muren. Maar zijn bezorgdheid beperkt zich niet tot materiële ellende. Hij wil dat zijn zonnige kamers bewoond worden door iemand die hij kan vertrouwen, iemand die voldoet aan een nauwkeurig omschreven definitie waar hij strikt aan vasthoudt: ‘een keurig per¬soon’. En dus kijkt hij sceptisch naar de onophoudelijke stroom potentiële huurders, alsof elk van hen een kandidaat is die een zwaar mondeling examen bij hem moet afleggen.
Als Colombe eindelijk aan de beurt is, merkt ze dat de eigenaar haar met een zeker respect bejegent, terwijl hij de melancholieke heer en de spraakzame dame heeft afgepoeierd. Is zij de kandidaat die hij zoekt? Dat moet haast wel, want hij leidt haar twee keer rond door het appartement. Met een ingenomen lachje neemt hij haar op. Wat ziet hij in haar? Colombe lacht vanbinnen. Ze weet het al: een jonge vrouw, begin dertig, nietszeggend gezicht, inge-togen kleding. Vriendelijk, beschaafd. ‘Een keurig persoon.’
Als de eigenaar vraagt of ze kinderen heeft, kan ze niet verzwij¬gen dat ze een tweeling heeft van elf. Iemand die zo bezorgd is zal zeker geen kinderen in zijn woning willen hebben. Het parket! De muren! Zeg maar dag tegen de avenue de La Jostellerie...
‘U lijkt me nogal jong om kinderen van die leeftijd te hebben,’ zegt de eigenaar, die er toch geen probleem mee schijnt te hebben dat ze twee koters heeft.
Colombe krijgt weer een sprankje hoop. Koket haalt ze haar schouders op en trekt een pruilmondje.
‘Tja, meneer, als je er vroeg bij bent...’
Hij vindt haar grappig. En charmant. Als ze vertelt dat ze part¬time werkt bij een uitgeverij en dat haar man een ict-bedrijfje runt, weet hij dat hij de ideale huurders heeft gevonden.
‘Uw voornaam?’ vraagt hij terwijl hij op zijn balpen klikt.
‘Colombe.’
Hij schrijft op: Colombe Barou. ‘Goh, dat is een grappige naam, Colombarou.’*
* Colombe betekent ‘vredesduif’. Haar achternaam ‘Barou’ heeft geen betekenis, maar klinkt als het woord ‘baroud’, waarvan in de uitspraak de ‘d’ wegvalt en dat ‘gevecht’ betekent. (vert.)